Vertellen deel II
 
 

Home
Up
Vertellen deel II
Cursus Vrij Vertellen
Vertelkring

 

 

 

Sinds de jaren tachtig treed ik op als verteller. Daaruit ontstonden cursussen, boeken over vertellen, en vertelkringen.

Het vertellen als ‘ambacht’ groeide vanzelf. Mijn beroep was lange tijd de journalistiek - redacteur bij een weekblad -, waarna docent journalistiek, en mediatrainer. Ik hield interviews, leerde aankomend vakgenoten beter interviewen, en mensen in organisaties om te gaan met journalisten. Bij Wolters Noordhoff verscheen mijn boek Het journalistieke interview, vraag- en antwoordmethode in de media.

Dit zette aan tot 'vertelwerk’: een goed interview is al een verhaal, dat je samen maakt. Ondertussen gaf ik les. Het leerde me oude verhalen toe te passen in nieuwe situaties, en zelf verhalen maken door eigen ervaringen te gebruiken als bron. Ik leerde dat mondeling vertellen echt iets anders is dan een verhaal schrijven en voordragen! Het stelt psychisch eisen, zoals omgaan met spanning en in je centrum blijven, terwijl je daar alleen zit of staat voor publiek. Veel schrijvers – en journalisten – praten en vertellen daarom niet gemakkelijk, het is een vorm van communiceren die een andere persoonlijke vaardigheid vraagt. ‘Voordracht’ van geschreven tekst bijvoorbeeld doe je – uiteraard - met die tekst in het hoofd, terwijl de vrije verteller, hoe goed ook voorbereid, toch voelt dat zijn woordkeus en toon nog ontstaan in het contact met luisteraars. Hij (of zij natuurlijk) is als een reisleider die de weg kent… maar ook weet hoe je onbekende eilanden aandoet. Luisteraars ervaren dit als een levende uitwisseling; eigenlijk vertellen ze mee, in een aangename spanning van opwinding en veiligheid.

Waar is dat mondeling en vrij vertellen nog goed voor, als we net zo makkelijk – veel makkelijker zelfs – kunnen voorlezen, of desnoods voordragen? Voorleesclubs zijn veel populairder… Een vaste tekst bij de hand hebben geeft  meer zekerheid. Maar met vrij vertellen draag je toch andere, subtiele informatie over. Veel kinderen leren ons dat nog, ze hebben vaak liever dat je niet uit het boek maar vanuit je zelf vertelt. Er komt dan ín het verhaal een ‘belever’ (believer?) mee, met een andere ‘energie’. Daarbij vergeleken blijft het opzeggen of voorlezen van klaar liggende tekst doodser, hoe goed je het ook brengt.

Mijn oorspronkelijke studie, culturele antropologie, heeft mij op dit ‘al doende scheppende’ vertelspoor teruggezet. In andere culturen is vertellen niet gereserveerd voor het toneel, of alleen voor kinderen, maar een gerespecteerd werk voor overdracht van kennis. Kennis van het verleden, maar ook codes voor succesvolle omgang met elkaar behoren tot die wezenlijk belangrijke informatie, die je met verhalen vertellen kunt overdragen. Codes die meestal nergens geschreven staan, maar die je om samen te kunnen leven wel nodig hebt, bereiken ons niet via instructies, modulen of bijsluiters, maar door verhalen. Luisteraars breng ik in contact met deze kracht van verhalen: mijn eerste vertelboek heet zo. En met de magie van het vrije vertellen en dat is: goed voorbereid, maar niet van buiten geleerd. ‘By heart’, niet ‘uit het hoofd’.

Voor ons, moderne mensen, kan dit vertellen een aanvulling betekenen op de door apparatuur vervlakte communicatie. Het lijkt een stap terug, maar dat kun je dan bijvoorbeeld ook zeggen van zelf bereid voedsel naast verpakte maaltijden, van slow food naast ‘uit de muur eten’.

 

Home | Vertellen deel II | Cursus Vrij Vertellen | Vertelkring

Bijgewerkt op 22-May-2011

©Jac Vroemen 2009-2011

 

Website ScotCom