Haiku schrijven
 
 

Home
Up
Haiku schrijven
Meer Haiku's

 

 

 

Haiku-schrijven

De workshop haiku-schrijven zie ik in het genre creatief schrijven als een ontdekkingstocht. Haiku-schrijven begon voor mij naast het vertellen. Als een manier om mij kort uit te drukken, met de kracht die ik ook in goede verhalen aantref, hebben haiku’s een grote bekoring voor mij. Ze zijn ook een prettig tegenwicht tegen het vele jaren lange weekbladartikelen schrijven voor De Nieuwe Linie, waarin ik ijverig hielp om de woelige jaren zestig en zeventig te verslaan.  

Sinds een jaar of vijftien schrijf ik haiku’s, de kortste aller gedichten. Leermeesters waren zeker Ben Bos, Willem van der Molen en Pauline Regensburg. Ik publiceerde drie bundels bij De Beuk Amsterdam: ‘Wachten op onweer’, ‘Stil, de vleugels wijd’ en ‘Op het scherp van zwijgen’. Momenteel publiceer ik haiku’s en ook haibuns (kort proza in haikuvorm) in de bladen Sfinx en Vuursteen, het Nederlands-Vlaamse haikutijdschrift, tevens uitgave van de HKN, haikuvereniging Nederland-Vlaanderen. ’t Schrijverke te ’s Hertogenbosch publiceerde het miniboekje ‘Reis door de dag’, een bundel met mijn haibuns.

Haiku is meest bekend als natuurgedicht. Onderwerpen als wolken en water, vlinders, bomen, planten en bloemen en verder alle kenmerken van de seizoenen overheersen de inhoud van de meeste haiku’s. Om deze verbintenis tussen haiku en de natuur goed te begrijpen, zou men eigenlijk enigszins moeten doordringen in de Japanse cultuur, waar deze kunstvorm uit voortkomt. Inmiddels bloeien er met name in Amerika en Engeland honderden haikutijdschriften! In Nederland is de belangstelling beperkt. Hier wordt haiku jammer genoeg – maar niet helemaal ten onrechte -  nogal eens vereenzelvigd met theekransjes, en niet als serieuze dichtkunst beschouwd. Hoe dat zij, het is in die ‘theekransjes’ net zo goed een vreugdevolle bezigheid. Haiku is als compacte dichtvorm van oosterse afkomst een aanwinst voor iedereen die ervan houdt zich bondig te uiten, de stilte mint, en wel eens afwil van de in onze dagen zo overwoekerend heersende woordenstroom. Haiku ‘evoceert’ stilte, en daar is nu grote behoefte aan. Ik zie haiku als een minimal art met taal. Je kunt het ook vergelijken met het Japanse tekenen en schilderen, met name de zen-kunst, waar op het witte papier slechts een paar lijnen een heel landschap oproepen. En de mens die zich als een levende kruimel daarin voortbeweegt, opgaande in de natuurlijke omgeving! Evenals in de Chinese kunst wordt de mens beleefd als niet meer of minder dan deel van de natuur. Wij beleven ons als mens veel meer als tegenóver de rest van de natuur, die we dan of nog als bedreigend (tsunami’s!), of als te ontleden en te onderwerpen ervaren. In een haiku of penseeltekening herkent de oosterling zichzelf zonder die sterke ik-beleving die de westerling ertoe brengt de natuur als ‘object’ te zien.

In een haiku vervloeit die splitsing tussen ik en het al. Dit effect wordt bereikt door een minimum aan abstractie: de haikudichter is getroffen door iets kleins, iets schijnbaar onooglijks

druppels volgen

langs het beslagen vensterglas

niet ingrijpen

en volstaat met dat als waarneming mee te delen, in weinig woorden. Hij (of zij natuurlijk) laat het bij die waarneming, zonder oordeel of interpretatie, uitleg of samenvatting. Want dat is allemaal al gauw storend, teveel. Dat waarnemen kan overigens mede de eigen reactie insluiten! ‘Niet ingrijpen’ is toch een constatering van iets dat de beschouwer in zichzelf waarneemt (zie boven).

De kracht van haiku is, dat er een diepere laag wordt geraakt door het ‘onooglijke’ verschijnsel heen, het wordt transparant. Daarmee wordt de lezer of toehoorder bij wie de haiku ‘aankomt’ (wat natuurlijk niet altijd lukt of hoeft) zich plotseling bewust van het grote geheel dat in al het kleine toch aanwezig is. Afgescheidenheid wordt even opgeheven, er komt een inzicht doorheen. Bijvoorbeeld dat alles betrekkelijk is (d.w.z. dat alles in een wijds verband thuishoort).

ze zijn niet wit meer

mijn witte kippen in de

pas gevallen sneeuw

De haiku als enkel waarneming, zonder subjectieve interpretatie of uitleg, wil overigens niet zeggen dat er geen ‘ik of ‘mijn’ in mag voorkomen. Er is niets verboden in haiku; in zoverre er regels zijn, blijken die doorgaans pas achteraf, in de waardering van de betreffende haiku. Ik’ of ‘mijn’ kun je in haiku net zo goed opvatten als iets dat we nu eenmaal waarnemen. In bovenstaande haiku bijvoorbeeld: het bezit van ‘mijn’ witte kippen wordt opeens heel betrekkelijk als ik ze in de sneeuw zie, en besef hoe grauw dat wit nu is, waar ik zo trots op ben.

 

DE HAIKU-VORM

Uitleg over haiku begint meestal met een heel verhaal over die vorm: de drie regels van reps. 5, 7 en 5 lettergrepen. Maar ook die vorm kun je relativeren. 4-6-4 bijvoorbeeld is ook mooi! En er zijn haiku’s van twee en zelfs een regel.

mijn blik vangt een vogel

en laat los

Japanse haiku’s worden als één regel van boven naar beneden gepenseeld… Wel is het prettig om een tijd lang met een vaste vorm te werken als je haiku-schrijven wilt leren. Ik weet niet waarom, maar de “Dreizeiler” zoals de Duitsers het noemen (gedicht van drie regels) heb ik altijd als heel nuttig ervaren. Het tellen in lettergrepen sluit aan bij het Japans, waar men niet zozeer in (eind)rijm als wel in lettergrepen dicht. Klankrijm, middenrijm en alliteratie vindt je overigens wél veel in haiku.

wakker worden

in dit stille licht en weten

het heeft gesneeuwd

Andere eigenschappen van een haiku zijn klankkleur en eenvoud van woordkeus. In haiku schuwen we grote woorden en tierelantijnen. Het is een ingehouden kunst, in tegenstelling tot uitbundige obades.

Vaak wordt gevraagd of het onderscheid in drie onder elkaar geschreven regels ook nog inhoudelijk iets betekent. Het kan m.i. niet te scherp worden afgebakend, maar in het algemeen kan ik mij goed vinden in

1e regel: de situatieschets

2e regel: de gebeurtenis

3e regel: de bevinding of conclusie… Dit laatste is al te scherp geformuleerd. Een haiku geeft namelijk geen conclusie of slotsom, tenzij ook dat als een waarneming kan gelden 

een late vogel

vliegt langs de avondhemel

elke boom al een nest?

Voorbeeld van een haiku die ‘zondigt tegen regels’: de derde regel telt zes in plaats van vijf lettergrepen, en interpreteert heel duidelijk vanuit een persoonlijke gewaarwording: die vogel raakte aan mijn eigen eenzaamheid, en het vooroordeel dat hij een slaapplaats zoekt maar alle bomen al wel bezet zal vinden… Toch vind ik die haiku mooi. Ik kon er iets van mezelf in kwijt.

Ook mooi is, als de derde regel een verrassende ‘omslag’ laat beleven. Een onverwachte wending die de eerder genoemde aansluiting bij het grote geheel, het ‘kosmische’ of het ‘tao’ veroorzaakt

wolkenschaduwen

vluchten over de velden

de wind achterna

Is vluchten niet een zich verwijderen van iets dat bedreigt? Is de wind daar ook voor gevlucht? Maar de wind jaagt juist de wolken op… Ik kom er niet uit. Er zijn grote krachten in het spel, ik heb die dreiging gevoeld, het land was donker zoals het zich uitstrekte vanaf de dijk waar ik stond, de regen zwiepte er overheen en als zelfs de wolkenwezens vluchten, wat doe ik hier dan nog, als kleine mens?

Tot slot nog iets over de ‘senryu’, een haikutype dat naar inhoud over mens of dier gaat. Ik zei al dat het oosterse levensgevoel de mens niet zo scherp afgescheiden ziet (niet zo oppositioneel) t.o.v. de overige natuur, daarom vind ik senryu’s eigenlijk gewoon haiku’s, vaak met een wat speelser karakter

de eerste sporen

In de pas gevallen sneeuw

Kattenbloemetjes

… maar ook dat kan verkeren

mijn kleine moeder

zo lang alweer gestorven

groeit ze nog steeds

 

Juist door de kracht van het ‘omslagpunt’ doet deze ‘senryu’ mij als haiku aan. Een heel helder en praktisch boekje met haast alle ins en outs over haiku heet ‘Viegen op de rijst’ en is geschreven door Hans Reddingius, met zen-zien-tekeningen van Leo van Vegchel, uitgegeven door A3 Boeken te Geesteren.

boven mijn tuin
drijft Zeus zijn kudde
de hemel in
 

Home | Haiku schrijven | Meer Haiku's

Bijgewerkt op 22-May-2011

©Jac Vroemen 2009-2011