Cursus Vrij Vertellen
 
 

Home
Up
Vertellen deel II
Cursus Vrij Vertellen
Vertelkring

 

 

 

Cursus vrij vertellen

 

Iedereen weet dat goede voordracht geleerd moet worden. Acteurs besteden ontelbare uren aan het zich eigen maken van teksten. Maar ook vrij vertellen, waarbij je geen tekst uit het hoofd leert, vraagt aandacht. Het heeft de spontaniteit van dansen en zingen. Maar net als dansen en zingen, kan het ook verbeterd worden.

 

Waarom zou je eigenlijk kiezen voor vrij vertellen als je, veiligheidshalve, een verhaal - of toespraak - ook van buiten kunt leren, zodat je niets vergeet en geen fouten maakt? Maar in mijn mediatrainingen leerde ik zelf, dat sprekers met van buiten geleerde teksten een saaiere indruk maken. Voor vertellers is dat nog meer het geval: het lijkt of het hen niet om de toehoorders gaat! Zeker, goede beroepsacteurs kunnen zich een tekst die nu eenmaal ‘letterlijk’ moet eigen maken, dat het echt en levend overkomt; maar woordvoerders die alleen maar ‘alles op een rijtje hebben’ overtuigen over het algemeen niet, net zo min als ‘declamerende’ vertellers. De luisteraar raakt pas geboeid, of betrokken bij woorden die, op het moment van spreken of vertellen, uit het hart komen, niet alleen uit het hoofd.

 

WERKEN AAN EIGEN RÉPERTOIRE

We leren om vrij te kunnen vertellen vanuit ons meest autentieke materiaal, en dat is: alles wat we zelf beleven. Verder zitten in onze innerlijke bagage ook natuurlijk allerlei verhaalresten uit de verteltradities. Mensen die zeggen ‘ik ken geen verhalen’ bedoelen meestal dat ze met die resten niet voor de dag durven komen. In de cursus leren we vertrouwen op die flarden herinnering, en ze door toevoeging van onze beleving tot een ‘gestalt’ maken. Daarbij helpt een derde onmiskenbnare bron waar verhalen vandaan komen: onze fantasie! Kortom, het is ‘répertoire’, waar je op leert vertrouwen als op een data-base. Je schatkamer van binnen.

 

Leren te kiezen en te ordenen is daarbij wél van belang. Daaraan werken we in deze cursus, met als doel dat het prettig wordt om naar jou te luisteren.

 

AANDACHT VRAGEN, EEN KWETSBARE KUNST

Kan iedereen vertellen? Er is verschil in aanleg en ervaring; maar toch, in ieder mens schuilt een verteller. Waarom ‘schuilt’ die?  Mijn idee: we zijn huiverig om ons bloot te geven als er slecht wordt geluisterd. Anderzijds willen we ook niet het hoogste woord, of ons naar voren dringen. Terwijl in verlegen of bescheiden mensen vaak de beste vertellers schuilgaan. Wij oefenen ons daarom in de kwetsbare kunst van het aandacht vragen. Door improvisatie vinden we de moed om voor de dag te komen: we maken een innerlijke ruimtereis, en vertellen wat we onderweg meemaken...

 

STAPPEN IN DE CURSUS

  •  Verteltechniek. Contact maken en onderhouden met

  •  het verhaal,

  •  met jezelf en

  •  met de luisteraars.

  •  Hoe werk ik het beste met mijn persoonlijke gegevens als stem en lichaamstaal?

  •  Hoe gaan we om met vertellen in een haastcultuur?

  •  Iets over toegepast vertellen in onderwijs, bedrijf of therapie (verdere uitwerking van dit onderdeel vergt een vervolgcursus).

  •  Soorten of genres herkennen (idem).

  •  Vertellen voor bepaalde groepen of categorieën, zoals kinderen of ouderen (idem).

 

OPSTARTEN VERTELKRING

Het is mogelijk om met de cursusgroep te overleggen over de opstart van een vertelkring in elkaars huiselijke omgeving. 

 

BEGELEIDING BIJ EEN VERTELOPTREDEN

Begeleiding bij een optreden kan vanuit de cursus geboden worden.

 

DUUR

De cursusgroep kiest voor de duur van vijf tot tien sessies en daarmee voor welke stappen vooral aan bod moeten komen.

 

VERTELTIPS

  •  Leg een verhalenschrift aan waarin je in eigen woorden (korte zinnen en trefwoorden) verhalen vastlegt (niet overschrijft) die je leuk lijken om te vertellen.

  •  Als je dat ligt, maak er tekeningen bij, of tekens en symbolen die het verhaal bij je oproept.

  •  Kies uit ‘drie bronnen' je verhalen: verhaalresten (bijv.: sprookjes); anekdotes uit je leven (je familie); fantasieverhalen.

  •  Je kunt ook een verhalenkabinet aanleggen, bijvoorbeeld op een plank in je kast, met foto’s (“ach ja, die foto”), prentbriefkaarten en voorwerpen waar een verhaal aan vast zit.

  •  Verzamel in eerste instantie korte verhalen.

  •  Bewaar verhalen die sterke emoties bij je oproepen voor veilige situaties (meestal zijn die er pas in een vertelgroep die wat langer bij elkaar komt).

  •  Kies ‘laagdrempelige’ situaties (bijvoorbeeld je verjaardag) om elkaar uit te nodigen korte verhalen uit te wisselen.

  •  Bewaak dat wie dat graag wil ook aan bod komt (even rust na ieder verhaal).

  •  Waardeer elk verhaal, het is een gift. Begin niet met kritiek, dat komt in in een latere fase.

  •  Kom je inderdaad bij elkaar om te gaan vertellen, stel dan een vertelthema per keer voor, bijvoorbeeld: je eerste schooldag of: hoe was de eerste ontmoeting met een van de anderen uit je groep?

  •  Luister doorgaans meer naar anderen (thuis, in de winkel, bij de pomp, in vergaderingen), dan dat je zelf aan het woord bent. Je oogst elke dag verhalen!

Home | Vertellen deel II | Cursus Vrij Vertellen | Vertelkring

Bijgewerkt op 22-May-2011

©Jac Vroemen 2009-2011