Column
 
 

Home
Column
Vertellen
Verhalen
Spreekvaardigheid
Schrijven - Haiku
Novelle
Publicaties
Links
Agenda

 

 

 

Column

 

Wat ons nog bezig houdt  2  *)

 

ONTWIJDING

 

Van huis uit katholiek, post-katholiek, geen kerkganger, heb ik nog dat respect voor de cultuurschat: rituelen en symbolen, mij geschonken door onze ‘moeder de heilige kerk’. Helaas schonk zij, met klare wijn, ook droesem. Toen ik dezer dagen het zoveelste geruchtmakende seksschandaal las over een pastoor, orde der Salesianen – van de kindervriend Don Bosco – die jarenlang leerlingen heeft misbruikt, herinnerde ik mij eigen pijnlijke ervaringen; meer nog die van mijn broertje. Een hopman van de katholieke verkenners betastte ooit mijn ontluikend geslacht tijdens een gesprek over mijn geschiktheid om  ‘geïnstalleerd’ te worden, net twaalf; waarbij het kennelijk nodig was zijn hand in mijn korte broek te wringen, een lange broek had ik toen nog niet. Ik kon ontsnappen. Mompelend dat ik op tijd moest zijn om een begrafenismis te dienen, destijds een gerespecteerde jongenstaak, wist ik mij los te maken, ging uit de verkennerij en heb nooit verteld waarom. Dat met mijn broertje was erger. Hij werd op kostschool door pater overste regelmatig mee naar bed genomen. Toen hij me dat als puber vertelde werd ik woest, op hem nota bene, ik was toen nog geen afvallige. Zoiets verschrikkelijks mocht je niet verzinnen.

Veel te laat heb ik beseft dat hij gewoon de feiten vertelde.

Voeg ik met deze herinneringen nog iets toe aan wat we toch allang weten, nu misbruik in de kerk wekelijks nieuws is? Wat maakt het nog uit nu, bijvoorbeeld, de nieuwe Belgische kardinaal Léonard (Trouw van 23.12), opvolger van de ‘ik wist-het-wel-maar-ik-deed-niks’ kardinaal Danneels, zegt dat het niet aan de kerk ligt, maar aan individuen? Zoveel mensen als ik, niet ernstig getraumatiseerd maar toch effe misbruikt, kunnen hun herinneringen dan maar beter opzouten, nu de kerk ‘niets te verwijten’ valt omdat zij kennelijk niet uit individuen bestaat.

Alleen nog dit, met lezers te delen: bij al die ellendeberichten verschijnen altijd weer de beelden, waar ook een post-katholiek nog gevoelig voor is. Afbeeldingen van die vertrouwde, gebrandschilderde heiligen: de goede Sint Antonius voor verloren zaken, de trouwe echtgenoot Sint Joseph beschermer van de Heilige Maagd, de edelmoedige Sint Martinus, patroon van de bedelaars, kortom: dat hele virtuele universum zweeft, zij het verbleekt, nog ergens boven mij. Een stille kloostergang, een mooi oud kerkgebouw, een torentje: beelden, voortaan geassocieerd met misbruik, met ontwijding in plaats van contemplatie en toewijding. Geur van wierook en waskaarsen niet langer alleen maar vroom.

Valt er dan al een balans op te maken? Hoogstens voor mezelf, want het zuiveringsproces is nog lang niet uitgewerkt. En laat dat nou niet ontaarden in inquisitie door diezelfde kerk in eigen gelederen, want haar vermogen daartoe is historisch. Laat haar maar door deze zoveelste fase van ontwijding gaan in een democratische omgeving met vrije media. Hopelijk wordt dan nog eens duidelijk dat de meeste priesters fatsoenlijk zijn geweest; en wordt het celibaat teruggedrongen tot zijn laatste verdedigbare verschijningsvorm: een religieuze conventie waar oudere priesters in vrijheid toe  besluiten; wie zou hen dat misgunnen? En dat het tegenwerken van voorbehoedmiddelen tenslotte internationaal in een verlichte, onkerkelijke ban wordt gedaan.

 

Jac Vroemen Dichter en verhalenverteller

*) Verschenen in dagblad Trouw, 5 januari 2011

 

 

 

WAT ONS BEZIG HOUDT *)

‘Wie is die meelkop?’ vroeg ooit de puberzoon van mijn gast. ‘Een verkoper in een herenmodezaak’ heb ik nog voor de grap geantwoord. Dat lijkt nu heel lang geleden. Geert Wilders is een vertrouwde verschijning geworden in veilig Televisieland, waar je nog zomaar wat roepen kunt, want nog niet interactief, nog niet “1984“. Onze projectieapparaatjes hebben onbekommerd op hem ingezoomd. Zie ik daar de Nederlandse Jurg Haider in de rechtszaal zitten, met die uitdrukking van peilloze minachting voor alles wat zijn narcistische superioriteit niet erkent; mijn buurman ziet er de redder des vaderlands in, een eigentijdse Jan de Witt.


Hoe loopt dit af? Niet zó bloederig, hoop ik oprecht voor Geert. Jan de Witt werd verscheurd door het gepeupel en een martelaar is het laatste wat we op dit moment nodig hebben. Als dit blad verschijnt zijn we alweer een stuk verder met regeren en geregeerd worden. Wilders zit daarbij niet in het zadel, maar houdt wel het paard bij de teugel: het kabinet Rutte, dat zijn eerste stappen zet. Stabiel of onstabiel? De peilingen zullen het uitwijzen. Meningen gaan weer verschuiven. We zijn als postmoderne informatieconsumenten gewend geraakt overal wat van te vinden, en dat vervolgens ook weer te wijzigen. Wie niet meetwittert of blogt en misschien zelfs TV-moe is, praat in ons ‘werelddorp’ nog altijd mee bij de pomp of aan de koffieautomaat.


Geert groeit van al die aandacht. Wij, nieuwsvolgers, balanceren tussen dat inzicht en de noodzaak om toch vooral het kwaad onder woorden te brengen. Wilders is uitgegroeid tot een teken van tegenspraak. Voor of tegen zijn we allemaal, een beetje desnoods, want zonder mening ben je machteloos; een zwart gat in de communicatie. De columnisten onder ons zitten goed, ze dragen bouwstof aan vanuit hun eigen hutje van papier; nuances variërend van ´stop die man!´ tot ‘Wilders was noodzakelijk om ons uit de multicultidroom te helpen’; of van ´laat het proces uitzieken´ tot ´geef hem een kans’. Erasmiaanse tolerantie: een ‘feest voor de geest’, maar ook verleidend tot inactiviteit. Nederlandse tolerantie die meehelpt een kabinet te gedogen dat feitelijk op Wilders steunt. De Grote Gedoger gedoogd door miljoenen gematigde stemmers! Maar het is een gelaten gedogen, door een overvoerde massa tegenover het toegespitste gedogen van één iemand, die zich met doordrijverij tot in het machtscentrum heeft weten te manoeuvreren.


Om een kudde schapen een kant op te krijgen is maar één slimme hond nodig. Het gevaar zit hem echter niet zozeer in Geert Wilders zelf, maar in het schijnbare gemak waarmee dit proces van machtsconfiscatie kon plaatsvinden. Wij, de onzekeren, zien de beer zijn broodje smeren, en staan er machteloos bij, wat in politiek opzicht altijd gevaarlijk is. Ik zou het net zo griezelig vinden als we enig ander politiek voorman of –vrouw onweerstaanbaar zagen opschuiven naar het zwaartepunt van de macht. Het is het gevoel dat er heel veel organische verbindingen zijn weggerot, die in een gezonde samenleving extreme ontwikkelingen afremmen. Geert glijdt er als een paling doorheen.
Wat te doen? Er vindt in elk geval een bewustwordingsproces plaats. De linkse partijen zullen zich bezinnen op een beter antwoord: angst voor islamisering is reëel, zeker wanneer die eenmaal is opgeroepen. De politieke tegenstem kan niet meer volstaan met alleen te wijzen op de verwerpelijke uitspraken van Wilders. Een erkenning van blinde vlekken maakt ruimte voor een nieuwe, werkzamer taal. We hoeven niet angstig af te wachten, als konijnen voor de koplamp. We zijn vrije mensen, zoals juist Geert Wilders betoogt, en het staat ons nog altijd vrij iets tegen hem te ondernemen, via onze politieke en maatschappelijke verbanden of individueel. Voor de gewone krantenlezer die geen ingezonden stuk wil schrijven zijn er gelukkig nog meer mogelijkheden om een eigen bijdrage aan meningsvorming te leveren en het proces dat de macht vormt en constitueert te beïnvloeden. ‘Loesje’ is daarvan al jaren een voorbeeld. Haar web-log (Google: Wilders/Loesje…) biedt een levendig forum. Publiceren is tenslotte ook actie, en het is belangrijk dat veel mensen zich laten horen. Want niets vindt plaats zonder dat daar gedachten aan ten grondslag liggen.

Jac Vroemen
*) Gepubliceerd in de najaarseditie van Autarkeia, blad van de in Utrecht afgestudeerde filosofen
 

 

Home | Column | Vertellen | Verhalen | Spreekvaardigheid | Schrijven - Haiku | Novelle | Publicaties | Links | Agenda

 

Bijgewerkt op 03-May-2011

©Jac Vroemen 2010

 

Website ScotCom